Het
maken van keramiek
Draaien
Een bekend beeld voor velen: de pottenbakker aan de draaischijf.
Eerst wordt de klei gekneed om ze homogeen te maken. Op de
draaischijf wordt de klei nogmaals gekneed: je werpt de klei op de
schijf, je vormt de klei tot een toren en brengt die toren terug
naar beneden. Zo worden alle deeltjes spiraalsgewijze
gelegd wat de weerstand bij het draaien vermindert.
Dan moet de klei perfect gecentreerd worden. Perfect in het
midden.Dan maak je een putje, de klei wordt geopend en opgetrokken.
Optrekken is een druk uitoefenen op de klei tussen de linker- en
rechterhand. Door die druk stijgt de klei. Dit vraagt enige
handigheid en veel oefenen!
Je laat de vorm drogen tot ze lederhard is. Dan kan je de vorm
vastnemen zonder ze te vervormen, maar de klei is niet helemaal
droog. In dit stadium kan je de vorm nog versnijden, stukken
bijvoegen, aanpassen... naar eigen inspiratie en creativiteit.
(terug
naar top)
In mallen werken
Deze kleisoort wordt gebakken in een oven tot 900°C. Alle water is
uit de vorm "gekookt". Vanaf dit punt is het proces
onomkeerbaar. Met of zonder water kan je nooit meer van aardewerk
een klomp klei maken.
Aardewerk is nog poreus. Het vocht zuigt er zich in vast. Aardewerk
is wat je koopt in primitieve culturen, zijn ook faience-tegels of
bloempotten of bakstenen. Faience is niet sterk. Een faience-servies
is niet aan te raden. (terug
naar top)
Opbouwen
Met lappen klei ga je opbouwen. Je maakt je eigen vorm, je
versnijdt de lappen, hecht ze aan elkaar of neemt er stukken uit.
Technisch gesproken kan je op deze manier vrij vlug tot een
resultaat komen. Maar het echte artistieke resultaat vraagt
uiteindelijk evenveel vakkennis.(terug
naar top)
Aardewerk
Het negatief bestaat in gips. Ofwel gebruik je gietklei. Er blijft
een laagje aan de rand van de mallen plakken die zich later los
droogt. Je kan ook werken met uitgerolde lappen klei
die je in de mallen plaatst en afwerkt.(terug
naar top)
Steengoed
Deze klei wordt gebakken op 1.200°C. Dit soort werk is
altijd waterdicht.(terug
naar top)
Porselein
Porselein is zeer sterk en wordt gebakken van 1.250°C tot soms
1.600°C. Porselein is zo sterk dat men het erg fijn, bijna
doorzichtig, kan maken. Dat kan je niet met een andere kleisoort.
Hotelporselein bijvoorbeeld is zeer sterk. De meeste serviezen die
we thuis gebruiken zijn van steengoed of porselein.(terug
naar top)
Glazuren
Glazuur is geen verf, maar een glaslaag die op het voorwerp
wordt gebakken. Silex (glas) is het hoofdbestanddeel. Daarnaast
dient een metaaloxide als hechtingsmiddel en
smeltmiddelen om het glazuur op een gepaste temperatuur te doen
opensmelten.
Hiervan wordt een vloeibare pap gemaakt waarbij kleurcomponenten
worden toegevoegd. Zo geeft koper een groene kleur, kobalt een
blauwe, ijzer een roodbruine ...
Voor een glazuur "goed" is, zijn vele tests nodig.
Iedere keramist heeft zo z'n eigen glazuurrecepten die hij niet
graag aan de grote klok hangt. Een glazuur wordt gegoten of gespoten
op het voorwerp. Anderzijds kan je het voorwerp ook in glazuur
dompelen.(terug
naar top)
Pigmenten
Keramisch pigmenten zijn chemische samenstellingen die op
een bepaalde temperatuur smelten en kleur geven. Het voordeel is
hier dat het pigment na het bakken zijn kleur behoudt. Een
lichtblauw pigment blijft lichtblauw ook na het bakken. Bij glazuren
ligt dit helemaal anders.(terug
naar top)
Slib
Slib is "in". Weg van de glans, terug naar de
natuur, op zoek naar het matte. Slib is een mix van klei met water
waaraan oxiden of pigmenten zijn toegevoegd. Daarmee kan je verven
op rauwe of gebakken klei.(terug
naar top)
|